India sweet and sour

Ik moet eerlijk zijn. Mijn vorige column schreef ik in Lahore en nu zit ik thuis. In de tussenliggende 30 dagen ben ik niet in de gelegenheid geweest ook maar iets te schrijven. Ik heb zoveel indrukken opgedaan, diepe emoties gevoeld, die tijd nodig hebben om te stollen. Bovendien was er in dit deel van de wereld even geen internet, wel verschrikkelijk slechte wegen, dus lange rijdagen in onze Jaguar, maar daarover schreef ik al in Pakistan. Dat India nog veel slechter zou worden weet ik nu. Dat spanningen tussen mensen kunnen oplopen na dagen van 17 uur onafgebroken ingespannen rijden, heb ik ook ervaren. De lange dagen in de deelstaat Bihar worden binnen onze groep unaniem “Bizar” genoemd. Duizenden mensen slapen hier in de overvolle steden op straat, de mannen links, de zwerfhonden rechts en daartussen scharrelen de tienduizenden ratten over de vuilnisbelten. Je raakt er niet aan gewend als je ’s avonds nog even een blokje om gaat en de rioollucht opsnuift. Patna spande de kroon, erger nog dan Calcutta.

Maar India begon goed, de rit naar Delhi eindigde om half vier ’s nachts. Nadat we bij de verontrustend stille grens aan Pakistaanse kant eerst enkele uren werden opgehouden en vervolgens aan Indiase kant ook nog eens drie uur. Zomaar, kapotte computer of zoiets. Grensverkeer is hier niet, terwijl het de enige grensovergang is tussen twee landen met meer dan een miljard inwoners samen. Dat geeft stof tot nadenken. Aan de pogingen tot zelfmoord, die de buschauffeurs luid toeterend ondernemen, raak je nooit gewend. Mijn Jaguar moest regelmatig de berm in om niet frontaal te crashen. Tom kon één niet meer ontwijken en raakte zijn zijspiegel kwijt. Bij Brent knalde een auto op de achterbumper, nadat zijn zware Dodge legerambulance plotseling moest stoppen voor een diep gat in de weg. Brent sprong door het dolle heen bij de Indiër de auto in en trok de sleutels uit het contact. De doodsbange chauffeur wilde snel doorrijden met zijn volledig ingedeukte motorkap. Na enige discussie op de openbare weg redde Satya, onze vriend uit India, de situatie dank zij een ijzig kalm optreden. Anders was de ramp niet te overzien geweest. Politie en ambtenarij erbij kosten in India al snel enkele dagen, dus het werd ter plekke afrekenen. Het aantal bijna-ongelukken is hier niet te tellen. Dode honden op de weg wel, elke tien kilometer ligt er één. Total-loss auto’s en vrachtwagens blijven na het ongeluk gewoon staan, midden op de weg, een paar takken eromheen geven dit aan. Vooral ’s nachts zijn deze onverlichte obstakels een nachtmerrie voor mij. De Jaguar heeft nog één mistlamp, die het doet. Zo gebeurde het dat ik ’s nachts bij aankomst in Patna vast kwam te zitten op een vuilnisbelt, die ik niet had gezien in de onvoorstelbare drukte. Ik rijd in het donker (vanaf vijf uur) op de achterlichten van mijn voorganger, meestal de Discovery van PH en Frits, maar in het gedrang was ik de Land Rover uit het oog verloren. Bij het uitstappen gleed ik uit over de ratten en viel ik in het open riool, zelfs de scharrelhangbuikzwijnen schrokken van mijn onhandige manoeuvre en sprongen knorrend opzij. Het heeft me later drie shampootjes gekost de geur kwijt te raken. Niemand in onze groep heeft nog een goed woord over voor India, alhoewel we met open armen worden ontvangen op onze projecten voor de allerarmsten. Wij voelen ons ongemakkelijk tijdens de uitgebreide diners in de airco-ruimtes, als om de hoek de allerarmsten liggen weg te rotten. Sommigen missen een arm of been, anderen worden, laveloos liggend, aangevreten door de nachtelijke armee knaagdieren en overdag door de duizenden vliegen, die dol zijn op de open wonden.

“Waarom fotografeer je die man, dat is een alcoholverslaafde”, zegt een student geërgerd. “Omdat dat ook India is”, zeg ik. Maar de ellende wil maar niet op mijn foto’s verschijnen. Wat vind je van India, is een vraag die mij heel vaak is gesteld door de welgestelde gastheren van dat land. Moet ik dan eerlijk zijn?

Foto’s registreren de verschrikkelijke geuren niet en stof en smog zie je op de foto’s hooguit terug als mystieke en fotogenieke wolken. En de kleurrijke gewaden van de ranke jonge vrouwen, de onaanraakbaren, doen de rest. De foto’s zijn gewoon prachtig, al lijkt het leven hier hopeloos, vinden wij. De lijkverbrandingen aan de oever van de Ganges leveren ons ’s avonds prachtige beelden op, al ontnemen de voorbij drijvende lijken tijdens de borrel op ons bootje mij de eetlust. De familie van de betrokkene beschikt waarschijnlijk over te weinig geld voor de aanschaf van een takkenbos en een lucifer, zo wordt mij begripvol door een Indiase ronde tafelaar gemeld. Linde en Bert zingen en spelen, Hans filmt. En daar zit je dan als producer. Mijn gevoelens zijn zeer dubbel. Het prachtig gezongen “Dimming of the day” doet mij smelten. Alles ziet er sprookjesachtig uit en levert spectaculaire beelden, zie ik later op de hotelkamer. De boottocht wordt zelfs afgesloten met vuurwerk, hoe bedenk je dit. “Varanasi by night!” Mijn gedachten gaan onwillekeurig terug naar alles wat we onderweg hebben meegemaakt, heftige discussies. Ik had het mij vooraf in mijn dromen zo anders voorgesteld. Maar had ik dit gevoel ook al niet op mijn vorige reis door India. This is India, man!