De harde lijn of de zachte hand

Vanmorgen in het Grand Hotel een ontbijt met keuze uit wel 80 gerechten. Brood was er niet bij. Het werd dus geitenkaas met slagroomsoesjes. Tom zag mij zitten aan mijn tafeltje in een hoekje, ik was wat aan de late kant. Hij wist te vertellen dat één van de gerechten erg lekker was, een soort omelet. Behulpzaam bracht hij mij het gerecht. De ober zag dit aan en snelde toe met een stapel douchematjes. Zou er een geheime camera in mijn douchecel hangen, die had geregistreerd dat ik bij het stappen uit de cabine bijna was uitgegleden? Ik knikte vriendelijk en zei iets van Allah en Salaam. De ober griste enkele servetjes uit de Grand Hotel Ferdossi doos voor mijn neus en liep zwijgend weg. Het is allemaal even wennen na een dikke 6000 km oostwaarts rijden. We zitten op dag 19 van het roadbook, een rustdag in Teheran, eindelijk een moment voor mijn column. Na de verkwikkende douche in de stoffige en warme wereldstad eindelijk een paar uur om tot rust te komen op de hotelkamer achter de computer, dit soort reizen blijft topsport en dat geldt voor de hele groep.

De dames op straat lopen in zwarte kledij, geheel bedekt. Ze buigen niet naar links, ze buigen niet naar rechts, maar gaan immer recht door zee. Een ideaal land voor onze Rita. De Iraanse bevolking is ongelofelijk hartelijk, we worden welkom geheten door de mannen, die onze stoere auto’ s bovenmatig bewonderen. Ze doen mij sterk denken aan Wilders, altijd correct gekleed en gesoigneerd, een hartelijke babbel en beleefd. Wat zal die man zich hier thuis voelen, heerlijk, geen kut Marokkanen, geen zuippartijen, geen nachtleven met alle ellende vandien. Ik zal vanavond vragen aan de ambassadeur of er hier tussen de ayatollahs geen baantje voor hem te vinden is. De Limburgse gastvrijheid hier zal hem zeker aanspreken.

Mijn Jaguar is de afgelopen twee weken zo’ n 6000 keer gefilmd, Willem houdt de stand bij. Het filmen gebeurt gewoon op de snelweg met een mobieltje, ze maken van een tweebaansweg gemakkelijk een driebaansweg en we geven al rijdend onze Road to Bhutan-websitekaartjes door het raampje. Alleen maar lachende drivers met de handen en duimen in de lucht en veel toeteren bij 3000 toeren (mijn snelheidsmeter werkt niet). Bek af stap ik elke avond in het donker uit de bloedhete auto (geen airco), mijn zwakke koplampen leggen het af tegen het grootlicht van de tegenliggers, vaak vrachtwagens, die niet schromen elkaar in te halen op de berghellingen met haarspeldbochten. Zorg maar dat je tijdig de berm induikt. Dat was dus even wennen na 2000 km Turkije, waar het de hele week autoloze zondag leek. Na het passeren van de Iraanse grens zakte de dieselprijs met een factor 100. Het goedje kost hier slechts anderhalve cent per liter. Dat moet de prijsbewuste Nederlander aanspreken, denk ik, toch zagen we geen enkele toerist op onze rondreis door Koerdistan. Het weer is fantastisch, 19 dagen zon met een aangenaam koel briesje, een ideale temperatuur om te reizen. Na de pech bij Tom en Jopie vlak voor Istanbul geen verdere gevallen van pech gehad, de auto’ s lopen perfect. Wel een waarschuwing, voor bange chauffeurs is het hier een nachtmerrie tussen miljoenen wegpiraten, die alle waarschuwingsborden en ononderbroken strepen op de weg compleet negeren.

Brent en Wim smeren vandaag alle auto’s, Linda zorgt voor de koffie met gebak. De groep wandelt door Teheran met Sina, onze onvermoeibare gids. Bert en Linde bereiden zich voor op het concert vanavond in de woning van de ambassadeur, Hans zal filmen. Er zijn 150 gasten uitgenodigd, waaronder de directie van het Mahak hospitaal, waar we morgen op feestelijke wijze ons eerste project zullen uitvoeren. Bert en Linde gaan zingend en spelend langs de bedden van de kankerpatientjes, wij doneren geld voor de aanschaf van (dure) kanker-medicijnen.

Het mooiste moment van de hele reis was voor mij persoonlijk de minutenlange omhelzing in het donker met onze Muze Linde. Ze zat er al dagen lang helemaal doorheen, een virusinfectie maakte zingen onmogelijk en de zware reis tot een kwelling, terwijl ze het juist graag zo goed wilde doen. “De mensen snappen me niet”, met vochtige ogen viel ze in mijn armen op de heilige grond van de vroeg christelijke Armeense kerk in Noord Iran, waar we kampeerden. Een half uur daarvoor vroeg ik haar of zij de prachtige song ” To Ramona” van Bob Dylan kende, die al uren door mijn hoofd zong. ” Zie je dat Bert, Arnold houdt mij nog steeds vast”.  Met haar en Bert heb ik in de maanden voorafgaande aan de reis een geweldige band opgebouwd. Muziek is onze passie. Bert en Linde zijn muzikanten van zeer hoog niveau, ze leven in hun eigen wereld, ze reizen in hun eigen ritme en bakken onderweg hun eigen brood. En dat wringt.

Ik ben samen met Louwke in hun nieuwe huisje in Nieuwstatenzijl geweest, een huisje dat ze vlak voor de reis hebben gekocht. Ik denk dat ik er nog vaak zal komen, daar achter Hongerige Wolf in hun huisje aan de dijk. De reis van mijn leven zal niet stoppen na aankomst in Bhutan. Dat geeft de kracht om door te gaan.

Ik zie de mooie beelden en hoor haar zingen, samen met Iraanse musici, door Hans geschoten in een eeuwenoude diepe waterput in Qazvin, een ruimte ter grootte van een flinke dorpskerk. En Linde zingt weer, er verschijnt weer een lach op haar gezicht. De innige omhelzing is goed geweest voor haar en voor mij, beter dan al onze medicijnen.    

Mijn taak deze reis is “de boel een beetje bij elkaar te houden”, met zachte hand. De harde lijn ligt mij niet, dat ontdekte ik al vroeg als dienstplichtig militair. In het autoritaire systeem werd ik doodongelukkig en streng arrest heeft nooit geholpen.  Maar of het zal lukken weet ik niet, de luxe van een mooi hotel in Teheran zullen we gaan missen. Politie-escorte zal nodig zijn. Maar is muziek niet een beter wapen in de strijd tegen oorlog. De mensen hier in Iran vinden van wel. De vele jongeren hier zullen niet lang meer blijven zwijgen, denk ik. De “as van het kwaad” heb ik hier nog niet gevonden, wel de vreugde en het geluk van samen muziek maken. Het zal spannend worden!